Gouldsofboersma


Het is een kwestie van geduld
 

Genetica Gouldamadines

In Australië komt de Gouldamadine alleen de Groene dekkleur voor. Wat ook de wildkleur genoemd wordt met 4 "kopkleur" varianten. Door de jaren heen is de Gouldamadine door de domesticatie proces tot de meest kleurrijke vogel geworden. Domesticatie van de Gouldamadine wordt alleen door de liefhebbers toegepast met als gevolg dat er verschillende rugdek kleuren zijn ontstaan.

Het kweken van een andere kleur, die meestal na 1 of 2 generatie(s) later tot uiting komt, wordt mutatie genoemd. Maar het is pas een mutatie als het daadwerkelijk bij de nakomelingen of een generatie later tot uiting komt.

 De kleurkop variaties die zowel in Australië als in mijn verblijf tegenkomen zijn de rood-, zwart en oranjekoppen. Echter bij de Zwartkop variant hebben we 2 verschillende snavelpuntkleuren die apart vererft. Als je een homozygote roodkop koppelt aan een homozygote zwartkop, dan zou je misschien verwachten dat je zowel rood- als zwartkoppen kweekt. Of je wilt graag oranjekop kweken en koppelt een zwartkop met een oranjekop, dan krijg je geen oranjekoppen, maar zowel roodkoppen als zwartkoppen. Het komt dan door de rode snavelpunt bij de Zwartkop variant.

 Bij de eerste generatie (F1) zijn de kleuren niet verdwenen, maar je ziet ze gewoon niet. De eigenschappen zitten wel in de genen. Dit wordt de fenotype genoemd. De genotype is een vogel waarvan de genen (eigenschappen) wel tot uitdrukking komen.

Bij genetica zijn een aantal begrippen van belang. Ik geef alleen een toelichting op de kleurkoppen wildkleur. Dit vanwege het feit, dat de genetica bij de goulds zeer uitgebreid is vanwege hun vele mutaties.

 Dit zijn n.l.:

Homozygoten: alle nakomelingen hebben dezelfde erfelijke kleurkop-eigenschappen.

Hetrozygoten: alle nakomelingen hebben verschillende erfelijke kleurkop-eigenschappen.

Dominant: betekent dat de eigenschappen in de genen overheersen t.o.v. de allele.(originele)

Recessief: betekent dat de eigenschappen in de genen ondergeschikt zijn t.o.v. de allele.

 Er zijn 2 soorten cellen in het vogellichaam te vinden n.l. lichaamscellen en geslachtcellen. Lichaamscellen zorgen voor de groei en later voor het in stand houden van het lichaam. De geslachtscel (zaad- of eicel) is een cel waaruit nieuw leven kan ontstaan. In deze laatste cel bevindt zich de erfelijke eigenschappen van de gouldamadine. De hoeveelheid chromosomen (dragers van de erfelijke eigenschappen de DNA), wat dubbel voorkomt, van een gameet (zaad- of eicel) is 9 paren. Van die 9 paren zijn 8 paren verantwoordelijk voor de erfelijke eigenschappen en het laatste paar is verantwoordelijk voor geslachtscellen. Bij de pop komt de chromosomen paar de x-gen maar 1 keer voor, omdat de Y-chromosoom geen "informatie" bevat. Het is genetisch gezien een loze chromosoom. Het bepaalt wel het geslacht van de vogel. Uiteraard geeft de moeder altijd de Y-chromosoom aan hun dochters. Bij mensen bepaalt de man het geslacht van zijn kinderen. 

De geslachtscel bij poppen heeft de letters  X-Y

De geslachtscel bij mannen heeft de letters X-X

Als een man een pop bevliegt zullen de zaadcellen van de man in de cloaca van de pop hun reis naar de eicel voortzetten. Daar vindt een versmelting plaats door 1 eicel en 1 zaadcel. Dit wordt zygote genoemd. De pop zal in een later stadium een ei gaan vormen. Om het ei te voorzien van de juiste voedingsstoffen is de voeding van de ouders belangrijk. Na 15-18 dagen broeden, afhankelijk van de omgevingstemperatuur, zal het ei uitkippen. Uiteraard is het geslacht al in het ei vastgelegd. Het geslacht komt tijdens de jeugdrui tot uiting. Je ziet halverwege de jeugdrui de jonge mannen mooi zachtjes fluiten. 

Pop

Ma




Een Oranjekop groene man bijna klaar met de rui

Een donkere oranjekop groene pop. Mooi modelletje